Hollandse Vereniging voor Genealogie ‘Ons Voorgeslacht’

Richtlijnen voor het transcriberen van de kohieren van de 10e penning

  1. Zoveel mogelijk de oorspronkelijke tekst handhaven en in zijn geheel overnemen.
  2. De oorspronkelijke regellengte hoeft niet gehandhaafd te worden. Ook alinea’s, kolommen en paragrafen kunnen naar hedendaagse maatstaven worden aangepast.
  3. Uitgeschreven getallen handhaven, er geen cijfers van maken (zeker als er bijv. “tiendalve” staat [= 9½]). Zowel arabische als romeinse cijfers handhaven. De romeinse cijfers in kapitaal (II, XV, CL). Het teken voor ‘half’ als ½ schrijven.
  4. Hoofdletters en kleine letters naar hedendaags gebruik normaliseren. Bijv. “schoemaecker” zal in die tijd meestal een beroep zijn en geen achternaam, in dat geval dus met een kleine letter ook al staat er in de tekst “Schoemaecker”.
  5. Interpunctie naar hedendaags gebruik. Hierbij staat begrip van de tekst voorop.
  6. Tekens ter aanduiding van de klinkerfunctie, het boogje boven de -u-, worden niet overgenomen.
  7. In de basistekst aaneengeschreven woorden zoals “vande”en “voorden” worden naar hedendaags gebruik gescheiden geschreven (“van de “ en “voor den”).
  8. Afkortingen worden zoveel mogelijk naar analogie van de voluit geschreven vormen in dezelfde basistekst stilzwijgend opgelost. Bij onzekerheid over de aangetroffen afkorting wordt deze gehandhaafd.
  9. Afkortingen voor munten, muntsoorten en maten en veelvuldig voorkomende afkortingen zoals “voors.”, “voorsz.” of voorsc.” worden als zodanig overgenomen.
  10. Wijzigingen en toevoegingen worden in zijn geheel overgenomen. De aard daarvan wordt tussen teksthaken [ ] weergegeven, bijv. [in de marge] of [tussen de regels]. Indien mogelijk met weergave van hetgeen er oorspronkelijk stond c.q. doorgehaald is tussen teksthaken [doorgehaald: …].
  11. Bij onzekere lezingen van een gedeelte van de basistekst wordt de meest waarschijnlijke lezing cursief met een vraagteken tussen teksthaken erachter [?] weergegeven.
  12. Delen van de tekst, die zijn weggevallen door beschadiging of onleesbaar geworden (verbleekt), worden, indien met redelijke zekerheid te reconstrueren, cursief weergegeven; indien reconstructie onmogelijk is, wordt tussen teksthaken aangegeven d.m.v. evenveel punten als het aantal weggevallen letters te schatten is, ofwel d.m.v. drie asterisken ***.
  13. Kennelijke verschrijvingen in de basistekst worden ongewijzigd overgenomen met erachter tussen teksthaken [sic, lees: …] de bedoelde tekst.

NB Als u specifieke literatuur of cartografie bekend is in relatie tot het getranscribeerde kohier dan is vermelding daarvan een zinvolle toevoeging.

Voor nadere vragen kunt u contact opnemen met de projectgroep.